HeLoW

Hajz*

Voila, mijn blog!
Ik schrijf graag verhalen, en zie hier het resultaat!

Kuuuuuuz,

               BoBiEnTjUh

Keuze, deel 2

Keuzes

2.

Die nacht had Jitse de slaap niet kunnen vatten, zou Bram aan haar denken? Betekende dat van gisteren gewoon niets of was het misschien een hint? Ze geraakte er niet aan uit en wist ook niet hoe ze zich morgen zou gedragen tegenover hem, zou ze wel iets zeggen? Een ding wist ze zeker, tegen Julie en Emily zou ze zwijgen, die twee konden Bram toch niet luchten of zien.

'Vertrek NU naar het station, Jitse, je komt te laat!' Haar moeder brulde van uit de keuken naar Jitse's slaapkamer. Daar stond ze voor een groot dilemma, wat zou ze aandoen vandaag? Ze had er echt geen idee van en trok gewoon dezelfde kleren als de dag ervoor aan.

Ze kwam maar juist op tijd aan op het perron, de trein was al in aantocht, ze kon hem al horen. Het was elke ochtend hetzelfe liedje, eerst drumde iedereen om op de trein te geraken, om dan vervolgens de vechten voor een plaatsje. Jitse had geluk, er stopte net een deur voor haar neus en ze had direct een plekje bemachtigd. Naast haar zat een jongen die waarschijnlijk ouder was, maar wel razend knap. Nee, hield Jitse zich voor, nu je eindelijk Bram binnen je bereik hebt. Dan ga je voor onbekende, oudere, knappere jongens van de trein.  Knappere? Vond Jitse deze jongen echt knapper dan Bram?

Keuze, deel 1

Keuzes

1.

'Dus wat krijgen we als we de derde macht van twee vermenigvuldigen met zes?' Jitse zakte weg in een diepe slaap tijdens de saaie les wiskunde. Ze droomde van Bram, de populairste jongen van haar klas, die momenteel schuin achter haar zat. Stoere, onbereikbare Bram, die altijd cool overkwam. Die omging met mensen van andere klassen, met meisjes van een jaar ouder, die giechelden bij alles wat hij zei. Met jongens die probeerden even stoer te zijn als hem. Knappe, perfecte Bram, die altijd even goed gekleed was. Van wie het haar altijd nonchalant lag, té nonchalant, waarschijnlijk werk van uren voor de spiegel.
Bram. De jongen waar Jitse smoor was, degene voor wie ze al altijd een boontje had gehad. Van wie ze hoopte dat hij dat ook over haar dacht. Het was hopeloos om dat te hopen, toch deed ze het, al het hele schooljaar, die bijna ten einde was. Haar twee beste vriendinnen, Julie en Emily, probeerden haar duidelijk te maken dat hij niet de perfecte jongen voor haar was, maar Jitse zag de subtiele hints niet.
'Emily, zou u even kunnen na vertellen wat Jonas net zei over de interesante definitie over machten?' Daar had je meneer Bauwkens, haar vervelende leerkracht wiskunde. 'Euh, ik zou het niet weten,' stamelde Jitse. 'Je straf kan je komen afhalen na de les, we letten op in de les.' Jitse vloekte inwendig, straf, dat kon ze deze avond echt wel missen. Het was mooi weer en donderdag avond, met andere woorden, dan speelde de hele klas tesamen voetbal op het pleintje voor de school. Ook Bram, dacht ze vrolijk. Die gedachte deed haar woede om de straf direct verdwijnen.
'Auw, verdomme, kan je niet uit je doppen kijken?' Jitse kreeg een harde, lederen voetbal tegen haar achterhoofd. Toen ze zich boos omdraaide keek ze recht in Brams ogen. Zijn mooie heldergroene ogen, die perfect bij z'n donkerblond haar pasten. Secondenlang hielden ze oogcontact, tot hij zich omdraaide en verder speelde. Jitse was net als verblind door zijn blik.
'Pas op, Jitse!' Emily trapte keihard een bal in de richting van Jitse. De waarschuwing kwam te laat, Jitse droomde verder en kreeg voor de tweede keer die avond een bal tegen haar hoofd. Ze wou het uit gillen van de pijn, maar ze gaf geen kick, beet op haar tanden en speelde verder. Ze wou niet dat Bram haar zou zien wenen. Helemaal niet, dacht ze, terwijl ze het inwendig bestierf van de pijn.
'Wie gaat er mee een ijsje eten, in het stad?' Dat was Joren, de beste vriend van Bram. 'Gaan we mee,' stelde Jitse voor aan Julie en Emily. 'Ik moet nog leren voor wiskunde.' 'Oei, is dat morgen?' 'Ja, het is echt moeilijk!' Jitse besefte dat ze niet veel aan haar vriendinnen zou hebben en besloot om alleen te gaan, hopend dat Bram ook mee zou gaan.

Op de trein naar huis, Jitse woonde twintig kilometer van haar school én vrienden, dacht ze met plezier terug aan daar net. Met een hele bende waren ze naar het stad getrokken. Het leukste was dat Bram haar getrakteerd had, om 'het goed te maken van die bal tegen haar hoofd'. Jitse was dat voorval al helemaal vergeten, maar sloeg het aanbod niet af. Toen ze in paniek had geropen dat haar trein over tien minuten zou vertrekken, terwijl het nog een kwartier stappen was naar het station, speelde Bram haar reddende engel. Hij bracht haar met z'n fiets naar het station, zij zat achterop. Heel subtiel had Jitse haar handen om zijn middel gelegd, met als excuus dat ze anders zou vallen. Lachend had hij het toegelaten, maar hij wist niet hoeveel Jitse van dat moment genoot.
Nu ze alleen op de trein zat kon ze aan niets anders denken, ze voelde vlinders in haar buik, ze dacht dat ze vleugels kreeg en ging zweven.